gezamenlijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in gezamenlijkheid: samen met elkaarHet bestrijdingsplan beschrijft hoe de betrokken organisaties zich in gezamenlijkheid voorbereiden op de hulpverlening na een zware aardbeving."Na overleg met betrokken partijen kwam het bedrijf tot het inzicht dat het uiterst moeilijk wordt mogelijk toekomstige projecten in gezamenlijkheid uit te werken, aangezien deze niet los kunnen worden gezien van de politieke context."
Etymologie
* afleiding gezamenlijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek