geweer
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een draagbaar vuurwapen dat met twee handen moet worden bediendLaat het geweer nu vallen!Het was zware munitie, en die was beslist niet voor een gewoon geweer bestemd.'Daar stonden ze, helm aan helm, geweer aan geweer, als in steen gehouwen. Ik werd met trots vervuld dat ik het bevel mocht voeren over een handvol mannen die mogelijk in stukken konden worden gereten maar zich niet lieten overwinnen. Op dit soort momenten triomfeert de menselijke geest over de enorme kracht van de materie.
Etymologie
* van weren
Vertalingen
Engelsgun, rifle
Fransfusil
DuitsGewehr
Spaansfusil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek