gevest
onzijdig (het)/ɣəˈvɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- handvat van een zwaard of een ander steekwapen
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘handvat van blank wapen’ voor het eerst aangetroffen in 1588
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek