getrompetter
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanhoudend veel lawaai maken met een trompet (en andere blaasinstrumenten)Het is zaterdag 27 april 2019. Ik parkeer mijn auto achter de kerk. Uit een ontmoetingsruimte klinken tromgeroffel en getrompetter.
- aanhoudend veel lawaai maken met de slurf door olifantenQiyo kwam dinsdagavond om 23.40 uur onder luid getrompetter ter wereld.
- het met veel lawaai de neus snuitenHij haalt zijn zakdoek uit zijn broekzak en snuit zijn neus. Dwars door zijn getrompetter heen klinkt er een joehoe', uit de gang.
Etymologie
* van trompetteren
Vertalingen
Engelstrumpeting
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek