gestaar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanhoudend turen naar iets of iemandDoor zo nonchalant mogelijk in haar ooghoek te wrijven, doorbrak ze het gestaar van daarnet.Onze slaap zou lijden onder het gestaar naar beeldschermen met een kortere nachtrust als gevolg.Hier kun je als vrouw koffiedrinken in Marokko zonder gestaar en gefluister
Etymologie
* van staren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek