gesnuffel

onzijdig (het)/ɣəˈsnʏfəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het heimelijk speuren
    Het tweede rapport, van de gemeentelijke ombudsman, was nog kritischer. Hij bekeek het gesnuffel van de onderwijswethouder in het privéleven van ouders die hebben gekozen voor thuisonderwijs. Het oordeel was snoeihard: de privacy van ouders én kinderen was geschonden. NRC 8 september 2016

Etymologie

* van snuffelen