geslijm

onzijdig (het)/ɣəˈslɛim/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. niet gemeende bijval of eerbetoon, onderdanig gedrag
    In het Midden-Oosten kan een stevige opstelling op meer begrip rekenen dan geslijm, adviseert Marcel Kurpershoek. „Het is zinloos om met salafisten in discussie te gaan over hun zienswijzen.”
    Aanvaard, o Rembrandt, 't FeestgerijmVan Scharten en van Looy,Van Deyssel's woordkunstig geslijm,Van „magnifiek" allooi(…)
  2. overdreven lief en sentimenteel vertoon
    De geboorte van Christus hoorde je sober, zonder allerlei versieringen en het geslijm van Bing Crosby, te gedenken.

Etymologie

* van "slijmen" "zich ondergeschikt gedragen"