geslijm
onzijdig (het)/ɣəˈslɛim/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- niet gemeende bijval of eerbetoon, onderdanig gedragIn het Midden-Oosten kan een stevige opstelling op meer begrip rekenen dan geslijm, adviseert Marcel Kurpershoek. „Het is zinloos om met salafisten in discussie te gaan over hun zienswijzen.”Aanvaard, o Rembrandt, 't FeestgerijmVan Scharten en van Looy,Van Deyssel's woordkunstig geslijm,Van „magnifiek" allooi(…)
- overdreven lief en sentimenteel vertoonDe geboorte van Christus hoorde je sober, zonder allerlei versieringen en het geslijm van Bing Crosby, te gedenken.
Etymologie
* van "slijmen" "zich ondergeschikt gedragen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek