gesjok

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhoudend langzaam en slepend met de voeten lopen of rennen
    Zijn dribbels zijn namelijk nog geniaal. Nu kwam hij steeds in het midden van het veld aan de bal, ver van het doel. Het liep voor geen meter bij die ploeg en dan gaat het gesjok van Messi ook opvallen.’’ Tubantia Daniël Dwarswaard 01-07-18 [https://www.tubantia.nl/wk-2018/enlsquo-buiging-voor-messi-en-ronaldo-maar-einde-tijdperk-is-in-zichtenrsquo~a3403e0e/ ‘Buiging voor Messi en Ronaldo, maar einde tijdperk is in zicht’]
    Moe van het gesjok? Vaar dan een stukje mee met de ’hop on, hop off’-watertram en beleef de stad vanaf de grachten. De Telegraaf KIM DE KLONIA 25 mrt. 2017 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1325762/met-alle-lichtjes-is-gent-s-nachts-op-zijn-allermooist ’Met alle lichtjes is Gent ’s nachts op zijn allermooist’]

Etymologie

* van sjokken