geschutskoepel
mannelijk (de)/ɣəˈsxʏtskupəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een koepel met meestal een vast machinegeweer of kanon, die het geschut en de schutter beschermt tegen de omgeving (vooral bij vliegtuigen) en/of projectielen (gepantserde schepen, voertuigen) en er tegelijkertijd voor zorgt dat het wapen gericht kan wordenEen hoofd met koptelefoon stak boven de geschutskoepel uit.Loegansk. Haar huis is kapotgeschoten. In de tuin bij de buren staat een tank van het Oekraïense leger, uitgebrand. De geschutskoepel ligt ernaast, als een deksel eraf geblazen.
Vertalingen
Engelsturret
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek