gerstekorrel

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde (plantkunde) zaadkorrel van gerst
  2. medisch (medisch) wit gezwelletje aan het ooglid door verstopping van de talg- of zweetklieren
  3. zeker patroon in breisteek
  4. zekere soort van wit weefsel, genoemd naar het erin geweven patroon

Etymologie

* In de betekenis van ‘gezwelletje aan ooglid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1871

Vertalingen

Engelsmilium, milk spot, oil seed
Fransmilium, acné miliaire
DuitsHautgrieß, Grießkörner
Poolsprosaki
Zweedsmilier