gerenoek
mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣerəˈnuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) soort antilope in Oost-Afrika met een lange nekWie hoorde ooit van een gerenoek of zag er een in 'n diergaarde?
Etymologie
* van "garanuug", mogelijk via "gerenuk"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek