geren

onzijdig (het)/ɣəˈrɛn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. veelvuldige of hinderlijke handeling van het heel snel lopen
    Dat was een heel geren om de trein nog te halen.
werkwoord
  1. inerg (inerg) schuin uitlopen
    Zij kocht een prachtige gerende rok.
  2. ov, kleding (ov) (kleding) een of meer spits toelopende stukken textiel inzetten (als onderdeel van een te maken of vermaken kledingstuk)

Etymologie

** : "geer" met de uitgang -en