gereformeerde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˌrefɔrˈmerdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, religie (persoon) (religie) protestante christen die zich door de opvattingen van Calvijn en diens geestverwanten laat inspireren
    Wat ik b.v. doe, is lang niet altijd gereformeerd, helaas. ‘De allerheiligsten, zolang zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel van de gehoorzaamheid’, dus: van het gereformeerd handelen. Men kan dus alles, wat ik doe, niet als een ‘gereformeerde actie’ aankondigen. Hoogstens als een actie van een gereformeerde.
  2. lid van een gereformeerd kerkgenootschap
    Welnu, de Nederlandse Hervormde Kerk heeft haar synode weer, haar generale synode, die de kerk vertegenwoordigt. (…) Ongetwijfeld voelt men zich als gereformeerde weer sterk geïsoleerd.

Etymologie

*: "gereformeerd" met de uitgang -e