gerecht

onzijdig (het)/ɣəˈrɛxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kookkunst (kookkunst) een bepaald soort voedsel op een bepaalde wijze bereid
    Welk gerecht staat er vanavond op het menu?
    De meester van Trail Magic was Coppertone, die ik meer dan acht keer ben tegengekomen tussen Mexico en Canada. Hij reed in zijn camper naar het noorden en dook op de gekste plekken op. Hij deelde dan zijn befaamde root-beer-float Trail Magic uit: een wonderlijk Amerikaans gerecht dat bestond uit een bolletje vanille-ijs in een plastic bekertje met root-beer (een soort ginger ale).
  2. juridisch (juridisch) rechtbank, de rechter
    Hij moest voor het gerecht verschijnen.
  3. geschiedenis, juridisch (geschiedenis), (juridisch) lokale bestuursvorm
    Aan de westzijde van het gerecht Oostveen bevonden zich respectievelijk de soortgelijke uitgestrekte gerechten.[http://www.debilt.nl/algemeen/artikelen/vrije-tijd-en-cultuur/historie/historie-kernen/maartensdijk.aspx debilt.nl]
werkwoord
  1. rechtvaardig
    hij zal zijn gerechte straf niet ontlopen

Etymologie

* van rechten

Vertalingen

Engelsdish, food, court
Franstribunal
DuitsGericht, Gericht
Spaansguiso, manjar, plato
Russischблюдо, суд
Poolsdanie, sąd