woorden
boek
Start
›
G
›
gepriegel
gepriegel
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
moeizaam en fijn werk
Het was een enorm gepriegel om het horloge te repareren.
Etymologie
* van priegelen
Verwante woorden
gepraaid
gepraald
gepraamd
gepraat
geprakkiseerd
geprakt
geprakte
gepraktiseerd
geprangd
geprate
gepratikeerd
gepreadviseerd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← geprezen
gepriegeld →