woorden
boek
Start
›
G
›
gepaard
gepaard
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
~ gaan met tegelijkertijd optreden, onlosmakelijk verbonden zijn
Een onweersbui gaat vaak gepaard met slagregens, hagel en windstoten.
in paren verdeeld
Antoniemen
ongepaard
Vertalingen
Engels
associated
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← gepaalde
gepaarde →