geodeet

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die de geodesie beoefent
  2. aardrijkskunde (aardrijkskunde) kortste verbinding tussen twee punten op een bol (een grootcirkel)
  3. wiskunde (wiskunde) kromme die de afstand tussen twee punten minimaliseert in een gekromde ruimte

Etymologie

*afgeleid van geodesie ()

Vertalingen

Engelsgeodesist
Spaanslínea geodésica