Gent

mannelijk (de)/ɣɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) mannelijke gans
    De gent vliegt naar het hoge Noorden.
  2. gentachtigen (gentachtigen) benaming voor vogels uit de familie

Etymologie

* In de betekenis van ‘mannetjesgans’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477