Gent
mannelijk (de)/ɣɛnt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) mannelijke gansDe gent vliegt naar het hoge Noorden.
- (gentachtigen) benaming voor vogels uit de familie
Etymologie
* In de betekenis van ‘mannetjesgans’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek