genitief

mannelijk (de)/ˌɣeniˈtif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grammatica (grammatica) een van de acht naamvallen van de Indo-Europese talen die oorspronkelijk een oorzakelijk voorwerp aanduidde, later vooral een bezitsrelatie

Etymologie

*van Latijn ("casus") genitīvus "oorsprongsnaamval", leenvertaling van "γενῐκή πτῶσις" (genikḗ ptõsis) "het geslacht aanduidende, algemene naamval"; in de betekenis van ‘tweede naamval’ voor het eerst aangetroffen in 1633

Vertalingen

Engelsgenitive case, genitive
Fransgénitif
DuitsGenitiv
Spaansgenitivo
Italiaanscaso genitivo, genitivo
Russischродительный падеж
Poolsdopełniacz