genieting
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het plezier of genot dat men aan iets beleeft; de aangename gewaarwordingMaar mijn pogingen om de schoonheid van het geobserveerde met hem te delen werkten meer en meer averechts. Bij elk ding, ieder verschijnsel waarvan ik zeker meende te weten dat het zijn blik welgevallig zou zijn geweest, ging er een evenredig deel van mijn genieting af. {{Aut|Heijden, A.F.TH. van der
Etymologie
* van genieten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek