generator
mannelijk (de)/ˌɣenəˈratɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een apparaat of persoon die iets genereert (doet ontstaan)
- de persoon van wie de actie uitgaat
- (elektrotechniek) (werktuigbouwkunde) een machine die mechanische energie, binnenkomend via een draaiende as, omzet in elektrische energieOm in dit afgelegen gebied toch over stroom te beschikken, hadden zij vroeger een generator, maar nu zijn ze overgestapt op zonnepanelen.
- (techniek) toestel tot het verkrijgen van gas
Etymologie
* van genereren
Vertalingen
Engelsgenerator, electric generator, gas generator
Fransgénérateur, générateur électrique, générateur de gaz
DuitsGenerator, Elektrischer Generator, Gasgenerator
Spaansgenerador, generador elétrico, generador de gas
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek