generatie

vrouwelijk (de)/ˌɣenəˈra(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geheel van individuen die via hetzelfde aantal tussenstappen van één bepaald individu afstammen
  2. alle personen die min of meer tegelijkertijd geboren zijn
    De mannen van die generatie zijn in groten getale omgekomen in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.
    'Maar de jonge generatie chauffeurs gaat liever naar McDonald's.'
  3. tijdrekening (tijdrekening) periode van ongeveer 25 jaar
  4. techniek (techniek) de apparatuur die kenmerkend is voor een bepaald beperkt tijdsbestek
    Iedereen wist dat de volgende generatie jachtvliegtuigen van Zweden een deltavleugel met de aanduiding J 35 Draken was.
  5. het genereren, voortbrengen van iets
    De generatie van energie met de zon als bron staat erg in de belangstelling.

Etymologie

*via Middelnederlands "generacie" van "génération" of direct van Latijn "generatio", in de betekenis van ‘geslacht’ voor het eerst aangetroffen in 1250; op te vatten als van "genereren"

Vertalingen

Engelsgeneration
Fransgénération
DuitsGeneration
Spaansgeneración
Italiaansgenerazione
RussischПоколение
Japans世代
Koreaans세대
Arabischجيل
Zweedsgeneration