genadeschot
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een schot dat een reeds dodelijk gewond mens of dier direct doodt en dus uit zijn lijden verlostDe Zone-grens werd hier ook wel de Wildzwijnhoek genoemd. Aanvankelijk liep het wild zich massaal op de mijnen te pletter. 'Ik hoor hun gejammer en gegil nóg nagalmen, zegt de huismeester. 'Met verbrijzelde poten lagen ze in het grensgebied dood te bloeden. Het was de grenstroepen verboden ze het genadeschot te geven en de Wendlandse jagers konden er niet dicht genoeg bij komen.Pauline de Bok De Jaagster 2014 pagina 83
Vertalingen
Engelscoup de grace
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek