gems
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) klein, uiterst behendig, geitachtig hoefdier dat leeft in de hooggebergtes van Europa en West-Azië, met aan de top naar achteren gekromde hoorns en twee donkere strepen langs de kop
Etymologie
* Leenwoord uit Vroegnieuwhoogduits Gemse, waaruit Duits Gämse.
Vertalingen
Engelschamois
Franschamois
DuitsGämse
Spaansgamuza
Italiaanscamoscio
Portugeescamurça
Poolskozica
Zweedsgems
Deensgemse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek