gemeenschappelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men dingen samen doet
    De teleurstelling dat de mensen hier niet doorhadden wat voor mensen ze eigenlijk waren, de teleurstelling dat ze hier geen mensen ontmoetten die net als zij waren, en als ze ze tegenkwamen, bleek er weinig over van de gemeenschappelijkheid die hun leven in Indonesië zo had getekend, die teleurstelling kwam hard aan.
    "Een samenleving die niet werkt aan meer gemeenschappelijkheid staat onder druk en valt ten prooi aan nationalisme en soms zelfs xenofobie. Wij als politici hebben, als we onze geschiedenis een beetje kennen, een verantwoordelijkheid om samen te werken en we moeten voorkomen dat we tegenover elkaar staan."

Etymologie

* afleiding van gemeenschappelijk

Vertalingen

Engelscommonality, community, communality