gember

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. plantkunde, specerij (plantkunde), (specerij) , een specerij met een scherpe smaak gemaakt van de wortelstok van een tropische plant
    Gember is een in de keuken gebruikte specerij met een scherpe, maar voor de liefhebbers aangename smaak.

Etymologie

* Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘eetbare gekonfijte wortelstok’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Vertalingen

Engelsginger
Fransgingembre
DuitsIngwer
Spaansjengibre
Italiaanszenzero
Portugeesgengibre
Japansショウガ
Arabischزنجبيل
Turkszencefil
Poolsimbir
Zweedsingefära
Deensingefær