gemakzuchtige

onzijdig (het)/ɣəmɑkˈsʏxtəɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. houding gericht op het vermijden van inspanning
    Als jongen was hij gemakzuchtig. ‘Ik wilde met zo min mogelijk moeite mijn werk afkrijgen. (…) Dat gemakzuchtige is eruit bij hem, want bij zijn stichting Lighthouse Reports werkt hij aan verhalen waarvoor een lange adem nodig is.
zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) iemand die probeert inspanning te vermijden
    In de gemakzuchtige is ook de machteloze en de moedeloze zichtbaar. De gemakzuchtige laat het er heel gauw bij zitten.

Etymologie

*: afgeleid van "gemakzuchtig"