gelukzak
mannelijk (de)/ɣəˈlʏksɑk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die veel toevallig voordeel heeft‘Gelukwensen, Pierre!’ zeiden een drietal jongelui, terwijl ze kwamen toegelopen om hem de hand te drukken. ‘Kerel, ben jij een gelukzak’, zei een andere.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek