geleidelijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/ɣəˈlɛidəˌlɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. markering van een looproute bijvoorbeeld met een patroon van ribbels als hulpmiddel voor blinden en slechtzienden
    Er loopt een geleidelijn met voelbare ribbels over de halte, met duidelijke markering van het begin en einde. Het is voor alle bushaltes verplicht om geleidelijnen aan te brengen om de belangrijkste route(s) aan te geven.