geld
onzijdig (het)/ɣɛlt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- in vaste eenheden verdeeld ruilmiddel dat in een samenleving wordt gebruikt voor betalen en sparenHij ging uit eten, maar toen hij moest betalen kwam hij erachter dat hij geen geld bij zich had.Pogue deed wat geld in de jukebox, begon te dansen en zweepte iedereen op. Binnen de kortste tijd hadden we de stille kroeg volledig overgenomen. Er vormden zich wat onverwachte stellen aan de bar en een van de jongens ging er met de barvrouw vandoor.
- (economie) algemeen gangbaar betaal- en spaarmiddel
- (financieel) door de overheid aangewezen ruilmiddel voor betaling van goederen, diensten en belastingen
- (figuurlijk) rijkdom waarover persoon of een organisatie beschiktAl zijn geld zat in zijn bedrijf.Ingeborgs vader, baron Von Freital, geloofde niet in de liefde, maar des te meer in geld en afkomst, en vooral in de gunstige combinatie van die grootheden.
Etymologie
:Oost: : gild
Uitdrukkingen
- Geld als water verdienen ( of hebben) — Stoett-641 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]
- Geld in 't water werpen ( of smijten) — het geld onnut uitgeven, het verspillen aan een roekelooze of dwaze onderneming
- Geld wat stom is, maakt recht wat krom is — met geld kan men de ergste dingen goedmaken (ofwel: voor geld is alles te koop)
- Voor hetzelfde geld — Dat is net zo goed mogelijk, dat zou ook zomaar kunnen
- Een smak geld — Een grote hoeveelheid geld
- Geld maakt niet gelukkig. — Er is meer in het leven dan financiële rijkdom
- Geld verzoet de arbeid. — Geld dat je verdient maakt het (vervelende) werk weer goed
- Geld wat stom is, maakt recht wat krom is. — Met geld kan men de ergste dingen goedmaken (ofwel: voor geld is alles te koop)
Vertalingen
Engelsmoney
Fransargent, monnaie
DuitsGeld, sparen, genauso gut
Spaansdinero
Italiaansmoneta, denaro, soldi
Portugeesdinheiro
Russischденьги
Chinees钱, 錢
Japansお金, 金
Koreaans돈
Poolspieniądze
Zweedspengar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek