gelach

onzijdig (het)/ɣəˈlɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het lachen; uiting van een vrolijke stemming
    Hun gelach was al van ver hoorbaar.
    Een geroezemoes van muziek, gelach en huilende kinderen.
    Af en toe klonk er hard gelach op uit hun groepje.

Etymologie

*Naamwoord van handeling van lachen

Vertalingen

Engelslaughter
Fransrire
DuitsLachen
Spaansrisa