gel
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) een gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeienGels worden onder andere toegepast bij elektroforese.
- een product om haar mee in model te houdenHij doet vaak gel in zijn haar.
Etymologie
*van "gel"
Vertalingen
Engelsgel, gel
Fransgel, gel
Spaansgel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek