gel

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) een gecrosslinkt polymeer van voldoende verdunning om vervormbaar te zijn zonder spontaan te vloeien
    Gels worden onder andere toegepast bij elektroforese.
  2. een product om haar mee in model te houden
    Hij doet vaak gel in zijn haar.

Etymologie

*van "gel"

Vertalingen

Engelsgel, gel
Fransgel, gel
Spaansgel