geklots
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het aanhoudend slaan van water tegen een vast voorwerpHet is ook de wereld van de stilte en de eenzaamheid. Van de vele verschillende soorten ijs: jong ijs, havenijs, puinijs, klonterijs, snel ijs, pennenmesijs. Van de schoonheid van ijsbergen – massief, majestueus. En van de vele geluiden. ‘Het geluid van zee-ijs is [...] geen geruis en ook geen geklots, maar een soort traag, krakend, kreunend, krijsend geluid, waarin een doordringend zilverig gerinkel zich vermengt met de lage, dreunende ondertonen van een razende storm.’NRC Guus Middag 18 mei 2012
- voortdurend heen en weer geslingerd worden tegen iets aanWe rijden een half uur mee – een zware rit vol misselijkmakend geklots en gebonk.NRC Joeri Boom 22 september 2017
Etymologie
* van klotsen
Vertalingen
Engelsplashing, sloshing
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek