gekakel

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. aanhoudend kakelen door kippen
    Alles van de kip, in een kippenhok vol gekakelNRC Petra Possel 24 april 2015
  2. aanhoudend babbelen door mensen / zinloos geklets
    Als ik onzeker word van dat gekakel, dan zeg ik dan naderhand tegen productie, dan spreken zij de anderen erop aan.’’Tubantia Marlies van Leeuwen 25-OKTOBER-2017
    Wat blijven we als samenleving toch moeite houden met het overbruggen van verschillen tussen mensen; keer op keer schiet deze gedachte door mijn hoofd als ik de laatste populistische klaagzang over de 'mislukte integratie'met weerzin tot me neem. Leiders zouden juist het niveau van het oppervlakkige gekakel over de negatieve aspecten van culturele diversiteit moeten overstijgen. En dan vooral politieke leiders.Volkskrant Ensberg-Kleijkers 1 oktober 2017

Etymologie

* van kakelen

Vertalingen

Engelscackle, gab