gejubel
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- voortdurend juichenHet anti-populistische gejubel mag ook om een andere reden wat dimmen. Maar liefst drie volksmenners van Denk zijn de Kamer binnengeslopen. Dat zien al die blije anti-populistische feestvierders over het hoofd. De gladde agitatoren van Denk met hun programma dat slachtofferdenken en rancune langs etnische lijnen exploiteert, vormen een binnenlands gevaar.de Telegraaf NAUSICAA MARBE 16 mrt. 2017Via een keizersnede kwam de baby ter wereld. Hij woog toen 1 kilo. Na drie maanden op de intensive care weegt de jongen inmiddels 3 kilo. Hij heeft geen serieuze gezondheidsproblemen, al is het te vroeg voor gejubel. „We moeten geduldig zijn”, zegt Krolak-Olejnik.de Telegraaf 20 apr. 2016
Etymologie
* van jubelen
Vertalingen
Engelsjubilation, rejoicing, cheers
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek