gejij
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het voortdurend alles en iedereen met jij en jou aanspreken ook als dat minder gepast isOok buiten de school zou wat meer beleefdheid een goede zaak zijn. „Al dat gejij en gejou. Als je kinderen een kleine correctie geeft krijg je al een grote mond. Opvoeden doe je gezamenlijk”, merkt iemand wijs op.
Etymologie
* van jijen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek