geheugen

onzijdig (het)/ɣəˈhøɣə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het deel van de hersenen waarin herinneringen worden opgeslagen
    Hij had niet zo'n goed geheugen, maar wist nog net dat hij een afspraak had.
    ` Mijn geheugen is niet zo erg goed meer,' zei de Slabber. 'Kwallen onthouden niet zo goed.' {{Aut|Herzen, Frank
    Jij en Isaac zitten als een houtsnede in mijn geheugen gegrift.
  2. informatica (informatica) snel toegankelijke plaats om data op te slaan waarin programma's worden opgeslagen die uitgevoerd worden
    Het geheugen was bijna allemaal in gebruik, dus ging de computer niet gebruikte delen naar schijf wegschrijven.

Etymologie

* van heugen

Vertalingen

Engelsmemory, memory
Fransmémoire
DuitsGedächtnis, Speicher
Spaansmemoria, memoria
Japans記憶, きおく, kioku
Poolspamięć, pamięć