gegons

onzijdig (het)/ɣəˈɣɔns/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortbrenging van een aanhoudend laag brommend geluid
    De paniek op de streep nam toe, het peloton naderde en Herbert & Maarten konden hun aandacht nauwelijks nog bij de wedstrijd houden. Het was korte tijd stil, zoals het wel vaker even stil is tijdens een wielerkoers. Maar deze stilte was anders. Het was een omineus gegons. Het gonzen van twee jongens die in alle stilte uit het raampje van hun commentaarcabine zijn geklommen om te helpen een bus opzij te duwen. HP de Tijd 30/06 | 2013 Geplaatst in de volgende categorieën: FRANK HEINEN [https://www.hpdetijd.nl/2013-06-30/histoire-de-letape-1-een-bus/ Histoire de l’étape 1: een bus]
    De akoestiek is perfect: je hoort het gegons van de stemmen, zonder te verstaan wat er gezegd wordt. HP de Tijd 14/10 | 2013 door:Dries Muus [https://www.hpdetijd.nl/2013-10-14/hpde-tijd-presenteert-grote-amsterdamse-bioscopentest/ HP/De Tijd presenteert: de grote Amsterdamse bioscopentest]

Etymologie

* van gonzen

Vertalingen

Engelsbuzzing, whirring, humming