gegil

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gekrijs, geschreeuw, lawaai met een hoge toon
    Het gegil van de sirene ging door merg en been.
    Het gegil van de kleuters maakte geen indruk op de kleuterjuf.
    Weer werd er geschoten, ditmaal vergezeld door luid gegil.

Etymologie

* van gillen