gefrons

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voortdurend boos kijken door het rimpelen van het voorhoofd en het naar elkaar brengen van de wenkbrauwen
    Zelf kon hij wel glimlachen om zijn imago als „steile, calvinistische Kees” met zijn „hardhouten kop.” In een interview zei hij eens droogjes: „Als ik ’s morgens voor de spiegel sta, kijk ik met enig gefrons naar mijn stuurse hoofd: Tjongejonge, wat moet er nu weer worden van de nieuwe dag. Van mijn gezicht word ik niet vrolijk, dus de rest van het etmaal probeer ik spiegels maar zoveel mogelijk te vermijden.”Reformatorisch Dagblad Pieter Jan Dijkman 30-12-2008 [https://www.rd.nl/vandaag/politiek/kees-van-dijk-1931-2008-1.9710 Kees van Dijk (1931-2008) ]
    Op de eerste zitting na de parlementsverkiezingen, eind juni, daagden de zeventien afgevaardigden van de ultralinkse partij La France insoumise (inclusief partijleider Jean-Luc Mélenchon) in het parlement op zonder stropdas en blazer. In plaats daarvan kozen ze voor polo’s en sweaters, wat dan weer voor gefrons zorgde bij de andere leden van de Assemblée Nationale, de Franse Kamer van Volksvertegenwoordigers.de Standaard 20/07/2017 om 22:57 door edm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170720_02981313 Kledingvoorschriften in Franse Assemblée versoepeld ]

Etymologie

* van fronsen