geforceerd

/ɣəfɔrˈsert/

Betekenis

werkwoord
  1. met (te veel) kracht
    De geforceerde deur kon niet meer goed gesloten worden.
    Het geforceerde compromis maakte van de conferentie op het einde toch nog een succes.
  2. gemaakt, niet echt
    Met een geforceerde glimlach probeerde hij zijn grote verlies te verdoezelen.
  3. van metalen voorwerpen dat ze door forceren tot stand gekomen zijn
    Wij hebben thuis een geforceerde zilveren vaas.