woorden
boek
Start
›
G
›
geduw
geduw
onzijdig (het)
/ɣəˈdyw/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het elkaar duwen
Etymologie
* van duwen
Vertalingen
Engels
pushing
Verwante woorden
gedubbelcheckt
gedubbeld
gedubbelde
gedubbelden
gedubd
gedubde
geducht
geduchte
geduchten
geduchter
geduchtere
geduchtheid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← geduveld
geduwd →