gedonder

onzijdig (het)/ɣəˈdɔndər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het geluid van donderslagen
    Ik hoorde gedonder in de verte; ik hoop niet dat we een bui gaan krijgen.
  2. pejoratief (pejoratief) als ongewenst en ergerlijk ervaren gedrag
    Is dat gedonder nou nog niet afgelopen?

Etymologie

*Afgeleid van donder