geboorte
vrouwelijk (de)/ɣəˈbortə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bevalling, actie waarbij een organisme uit zijn/haar moeder komt en aan zijn zelfstandige leven begintBij zijn geboorte, nog geen 24 uur later, was hij zwaarder dan zijn zus was geweest.
- een beginpuntDat was de geboorte van een nieuw tijdperk.
- (bouwkunde) onderste deel van een boog of gewelf
Etymologie
* van baren , met een vergelijkbaar vocalisme als geboren
Vertalingen
Engelsbirth
Fransnaissance
Spaansnacimiento, natividad
Poolsporód, narodziny
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek