woorden
boek
Start
›
G
›
geboomte
geboomte
onzijdig (het)
/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
bosbouw
(bosbouw) geheel van bomen die bij elkaar staan
Etymologie
*afgeleid van boom dat een verzameling aangeeft
Verwante woorden
geboard
gebobbeld
gebobbelde
gebobd
gebobijnd
gebobsleed
gebocheld
gebochelde
gebochelden
gebod
gebodemd
geboden
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← geboomde
geboord →