geblaas

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het blazen op een muziekinstrument
    Menigeen ergerde zich aan het geblaas op de vuvuzela's.
  2. het bluffen, opscheppen
    Het geblaas en gepoch was weer eens niet van de lucht.

Etymologie

* van blazen .