geblaas
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het blazen op een muziekinstrumentMenigeen ergerde zich aan het geblaas op de vuvuzela's.
- het bluffen, opscheppenHet geblaas en gepoch was weer eens niet van de lucht.
Etymologie
* van blazen .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek