gastvrouw

vrouwelijk (de)/ˈɣɑstfrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vrouw die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinken
    Mijn tante is altijd een goede gastvrouw.

Vertalingen

Engelshostess
Spaansanfitriona
Poolsgospodyni, pani domu