gastvrouw
vrouwelijk (de)/ˈɣɑstfrɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vrouw die een gast ontvangt en verzorgt met eten en drinkenMijn tante is altijd een goede gastvrouw.
Vertalingen
Engelshostess
Spaansanfitriona
Poolsgospodyni, pani domu
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek