gastenhuis
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- gebouw waar de gasten kunnen verblijven; gebouw waar gasten kunnen worden ontvangenAlle slaapalkoven in de grote zaal waren voor gasten en bedienden. Het gastpaar Lauritz en Ingeborg verbleef vermoedelijk in het gastenhuisje.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek