gaspook

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. met de hand bedienbare regelaar van een verbrandingsmotor waarmee men de toevoer van brandstof en daarmee ook het geleverde vermogen van de motor aanpast
  2. metalen buis waardoorheen gas stroomt en waarmee men een vuur kan aansteken of onderhouden

Vertalingen

Engelsgas poker