gasoline

vrouwelijk (de)/ˈɣɑzolinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Suriname, Antillen) bepaalde brandstof voor lampen, branders en auto's
    Ook het verbod aan pompstations om gasoline te verkopen in jerrycans behoort tot de verleden tijd.
  2. verouderd (verouderd) benaming voor vloeibare lichte koolwaterstoffen met een kookpunt tussen 100 en 150° C, zoals die uit aardolie wordt gewonnen of uit aardgas geproduceerd
    Voor het transport van petroleum, maar vooral van benzine, gasoline, enz. is, omdat erdoor vervluchtiging zeer veel verloren gaat, het gebruik van glazen vaten voorgeslagen.

Etymologie

*van "gasoline", in het Nederlands aangetroffen vanaf 1873 (zie vindplaats hieronder)